Langs de sporen van de strijd in de Ieper Salient

Langs de sporen van de strijd in de Ieper Salient

02-10-2017
Door Wim Nijwening (Dronten)

‘De klaprozen in Vlaanderens Velden’ (impressie van een reis naar ‘Ieper’)

Nadat rond 8.45 uur de laatste deelnemers in Zwolle zijn ingestapt zet onze chauffeur Jaap de With koers richting Apeldoorn, waar onze reisgids Ben de Ree zich bij ons voegt. Ons gezelschap telt 6 dames en 20 heren, inclusief Jaap en Ben. We maken, in ieder geval wat het weer betreft, een goede start: het belooft een winderige, zonovergoten nazomerdag te worden.

Ben vertelt allereerst iets over de historische en politieke achtergronden van dat diepingrijpende gebeuren in de wereldgeschiedenis, dat wordt aangeduid met de term ‘De Groote Oorlog’. Vervolgens introduceert hij de, door hem geschreven, ‘studiereisgids’. Hierin komen de historische en politieke achtergronden aan de orde, maar ook aspecten als: de betekenis voor België als ‘oorlogslocatie’ en de inzet van het gruwelijke wapen chloorgas. Het document met een fraaie lay-out is voorzien van een scala aan verhelderende illustraties. De tweede helft van het document is een leidraad voor de te bezoeken plaatsen op de 1e tot en met de 4e dag. Een uitgebreide literatuurlijst verwijst naar de geraadpleegde bronnen.

Naarmate we de grens met onze zuiderburen naderen laten we de drukke vierbaanswegen achter ons en zijn het rustieke weggetjes die ons naar de plaatsen van bestemming brengen. De monotonie van de eindeloze maïsvelden maakt plaats voor het meer afwisselende, lichtglooiende Vlaamse landschap. De deskundigheid van Jaap betreft niet alleen zijn rijvaardigheid; ook zijn geografische kennis van de omgeving biedt ons verhelderende informatie. Rond de middag arriveren we bij het stadje Halen, waar we het museum ‘De slag der Zilveren Helmen’ bezoeken. Josef Stroobants leidt ons rond. Hij is de zoon van de gelijknamige familie, die destijds de, midden in het slagveld gelegen, ‘IJzerwinningshoeve’ bewoonde. Deze familie legde een verzameling documenten en voorwerpen aan, welke nu tentoongesteld worden. Onze gedreven gids vertelt zijn verhaal aan de hand van een gedetailleerde maquette, die de contouren van het slagveld aangeeft.

De gevechtshandelingen rond Halen maakten duidelijk dat de cavalerie, vanouds toch de elite in de Europese legers, het moest afleggen tegen de, door de artillerie ondersteunde,infanteristen. Dit zou van grote betekenis blijken bij de strijd in de loopgraven. De Duitse aanvallers hadden zich verslagen terug moeten trekken. Behalve honderden dode paarden was het slagveld bezaaid met metalen helmen van de gesneuvelde Duitse cavaleristen ‘die als zilver blonken in het zonlicht’. Het is onze eerste kennismaking met ‘De Groote Oorlog’. We stappen in de bus en zetten koers richting Roeselare, waar we onze intrek zullen nemen in het Mercure Hotel. Het onderkomen blijkt een groot, nieuw, van alle moderne faciliteiten voorzien hotel te zijn. Niet bepaald pittoresk maar wel een rustgevende ambiance gedurende deze vier dagen van confrontatie met het afschuwelijke en allesomvattende oorlogsgeweld van een eeuw geleden.

Onze tweede dag staat in het teken van ‘Ieper’, ‘de grootste trekpleister voor de Westhoek’. Ben legt uit, tijdens een wandeling over de Kazematten van de stad, met hoeveel oorlogsnostalgie ‘Ieper’ is omgeven. Het werd een naam met mythische proporties. Engeland wilde Ieper, als verwoeste stad met haar ruïnes intact laten er een ‘Pompeï’ van maken. (Pompeï is de, door een vulkaanuitbarsting bedolven, stad in de Romeinse tijd) Gelukkig wist België dit te voorkomen. Met het geld van de Duitse herstelbetalingen zou Ieper na de oorlog worden herbouwd.

We bezoeken eerst het In Flanders Fields Museum. Er is bij de inrichting veel nagedacht over de toepassing van multimediale technieken. De informatie komt naar ons toe via citaten, computerschermen, muziek, het geluid van marcherende soldaten…. Terwijl we rondwandelen hoor ik ineens zingen...’Stille nacht, heilige nacht…’ Vlak bij mij is een beeldscherm. Vanuit een donkere achtergrond komt een soldaat naar voren en zingt aarzelend de woorden van het bekende Kerstlied. Hij vertelt hoe het verder ging; dat de vijandelijke soldaten mee gingen zingen; dat ze elkaar naderden, samen gingen eten en drinken...dat er vrolijkheid was, gevoelens van welbevinden. Totdat van beide kanten de officieren hun bevelen schreeuwen….. ’s Middags bezoeken we de begraafplaats Essex Farm Cemetery, zo genoemd naar de nabij gelegen boerderij Essex Farm. Als we zwijgend langs de lange rijen graven wandelen ontbreekt vaak een naam; onderaan op de steen lezen we Known unto God. Bij één graf liggen opvallend veel poppies (‘gedachtenisklaproosjes’), maar ook briefjes, beertjes en bloemen. Ze zijn daar neergelegd door honderden Britse scholieren. Hier ligt Valentine Joe Strudwick begraven; gesneuveld toen hij 15 jaar was; één van de jongste soldaten uit het Britse leger. Het is bizar om te lezen hoe zijn dood zou worden aangevoerd als oorlogspropaganda. Hij werd ten voorbeeld gesteld voor alle (jonge) mannen die terugdeinsden. Want: oorlog was niet erg. Het betekende moedig zijn en je opofferen voor je land! Ben vertelt over de toepassing en huiveringwekkende uitwerking van het chloorgas. Daarna bezoeken we nog de uitgestrekte Duitse militaire begraafplaats. Voordat we ‘huiswaarts’ keren zijn we aanwezig bij de Last Post-plechtigheid, de dagelijkse taptoe bij de Menenpoort. Op deze windstille nazomeravond voegen wij ons bij de duizendtallen die hier vanaf 1928, toen de ceremonie werd ingesteld, zijn geweest. Zoals ooit zij, luisteren ook wij naar de klaroenblazers. Ook wij horen de Act of Remembrance die wordt uitgesproken; ook wij nemen een minuut stilte in acht.

Onze derde dag begint met een rit in zuidelijke richting om de herinneringsplaatsen in het noordwesten van Frankrijk te bezoeken. Maar eerst stappen we uit om kennis te nemen van een strijdlocatie die wordt aangeduid met Hill 60 & Caterpillar. Op deze plekken hebben zich, vanaf augustus 1915, de verwoestende mijnengevechten afgespeeld. Britse en Duitse mijnwerkers groeven een netwerk van gangen en tunnels, die ze regelmatig lieten ontploffen. Beslissend zouden de gigantische explosies van 19 dieptemijnen zijn die de Britten lieten exploderen op 7 juni 1917 om 4.10u.

Vervolgens bezoeken we de Franse militaire begraafplaats Nécropole Nationale de Notre-Dame-De –Loretta. Het is de enige begraafplaats met een basiliek. Hier liggen 40.000 gesneuvelde Franse soldaten, waarvan de helft in een massagraf. Tegenover de Nécropool bevindt zich een ovale herdenkingsring van hoge zuilen met, alfabetisch gerangschikt, de namen van 528.000 gevallenen, zonder onderscheiding van nationaliteit of religie. Als laatste gaan we naar het 30 meter hoge, uit 2 zuilen opgetrokken, monument voor de 3598 Canadese slachtoffers, die sneuvelden bij de heuvelrug van Vimy; hier lopen we ook door de loopgraven die na de oorlog zijn vrijgemaakt van onontplofte granaten en krijgen een indruk hoe gevaarlijk het aan het front is geweest. Staande bij het monument ter ere van Marokkaanse slachtoffers staat Ben nogmaals stil bij de naam Eerste Wereldoorlog, omdat zowel Groot Brittannië als Frankrijk heel veel troepen uit de koloniën naar Europa haalden om aan het westelijke front ingezet te worden in de strijd. Dit monument is daar een treffend voorbeeld van. En telkens opnieuw, op alle plekken waar we komen, verbijsteren ons de schokkende beelden van de vele, vele mannen en jongens die verlaten sterven aan de verschrikkelijkste verwondingen. De laatste dag van onze reis breekt aan. Na het ontbijt neemt Jaap onze koffers in ontvangst en rangschikt ze, al naar gelang waar we zullen uitstappen. We bezoeken de Belgische begraafplaats Houthulst, waar Ben ons ook een aantal bijzonder graven laat zien van Italiaanse krijgsgevangen die achter het front dwangarbeid verrichtten en sneuvelden. We bezoeken eveneens de Dodengang. Een stukje goed geconserveerde loopgraaf van het front aan de IJzer. Hier hielden de Belgen stand tegen de Duitsers.

De laatste intrigerende bezienswaardigheid zal vandaag de IJzertoren zijn, het vredesmonument in het West-Vlaamse Diksmuide. Op deze plek worden we iets gewaar van de gespannen relatie tussen Vlaanderen en Wallonië. De ‘symbolenstrijd’ resulteerde uiteindelijk in de bouw van de huidige, 84 meter hoge, IJzertoren. De lift brengt ons naar de bovenste etage en we nemen de trap omlaag. Op elke etage wordt met foto’s en documentatie ‘De slag om de IJzer’ in beeld gebracht.

Onze veelbewogen reis loopt nu ten einde. Jaap vertelt ons dat we om 17.00u in Woudenberg verwacht worden voor het slotdiner. Al vrijwel meteen wordt duidelijk dat dit niet lukt: behalve de voortdurend aangekondigde snelheidsbeperking is het de regen die onophoudelijk neergutst. We hebben met Jaap te doen; elke honderd meter die hij weer vooruit kan benut hij om snelheid in de wielen te krijgen. Het wordt – om in de terminologie van onze reis te blijven – een ‘gevecht’ met de klok. Uiteindelijk arriveren we om 19.45u bij hotel-restaurant De Schimmel in Woudenberg. Daar is zoveel vriendelijkheid en accuratesse zowel qua ontvangst als bediening dat we volop genieten van ons laatste bijeenzijn.

‘En’, zal ons bij thuiskomst wellicht gevraagd worden, ‘Was het leuk? Heb je een mooie reis gehad?’ Van ieder van ons zal het antwoord zijn: ‘Het was indrukwekkend en leerzaam, niet mooi’ …iets in die trant. ‘Dus jullie hebben niet gelachen?’ Toch ook. Bijvoorbeeld die keer dat Jaap vertelde over die soldaat die het had overleefd en trouwde; samen kregen ze dertien kinderen. Toen een vroegere krijgsmakker dit vernam was zijn reactie: He went from one hell tot another.

Als ik, op één van de voorbije dagen, bij het verlaten van een museum, naar de bus wil lopen valt mijn oog op een tableau met de uitspraak van de veteraan Harry Boyce. Als Canadese soldaat heeft hij de oorlog overleefd. In 1996 - hij is dan 103 jaar oud- zegt hij:

Maintain peace.
Nothing can be gained by warfare.
Settle disagreements rather than go to war over them,
because one war brings on another.
Harry Boyce kon het weten en daarom mocht hij het zeggen. Voor de niet-oorlogsveteranen, waar ons reisgezelschap uit bestond, volstaat misschien al het advies van Moeder Theresa, die ‘vredesengel’ in de sloppen van Calcutta: ‘Grote dingen kunnen wij niet doen, wel kleine dingen met grote liefde’

Wim Nijwening.

Andere reisverhalen

Minicruise Kopenhagen

15-11-2016
Door Hannie Feenstra - Tuk
Effe weg? Doen! Op vrijdagmorgen de 28ste oktober...
Lees verder

Beierse Woud

20-12-2016
Door Hilke Kramer
Lees hier het verslag van Hilke Kramer die van 12 tot 18 juni 2016 met...
Lees verder

Moezel ALL-INCLUSIVE!

15-12-2016
Door Hettie Delil en Bettie Kuipers
Wilt u er eens helemaal uit?! Als ik zo'n kreet lees, denk ik wat spottend...
Lees verder

Fietsgroepsreis Ammerland

20-12-2016
Door Familie Brals
Een impressie. TIM Meppen schrijft in haar brochure: In en om Westerstede hebben...
Lees verder

Berlijn

17-01-2017
Door Carla Verbeek
Net terug van een excursiereis naar Berlijn en Potsdam. Voor ons de eerste keer dat...
Lees verder

Kerstmarktreis Essen-Oberhausen

27-12-2016
Door Annet van der Ploeg
Op 17 december 2016 vertrokken wij in een zeer comfortabele bus van Effeweg naar Essen....
Lees verder